Natuur

Heemtuin

Een heemtuin is een tuin die is teruggebracht in oude toestand, dat wil zeggen in de toestand van voordat de grond in cultuur gebracht werd door bewerking en bemesting. De grond is nu verarmd, waardoor de oorspronkelijke vegetatie, als de rietorchis en de parnassia, weer is teruggekeerd. In de vijver, gegraven in 2004, bloeit de watergentiaan uitbundig en zijn de kleine watersalamanders, de beschermde rugstreeppad en de groene kikker waargenomen.
Tureluurs, scholeksters en kievieten hebben de vijver inmiddels ontdekt.
De vlindertuin trekt bekende vlinders als de atalanta en dagpauwoog, maar ook de het minder bekende gamma-uitlje, het rooms blauwtje en distelvlinder.

In de tuin staat een insectenhotel waar insecten een beschut onderkomen vinden en zij hun eitjes kunnen leggen. De bijenkasten leveren jaarlijks vele potten honing op.
Een werkgroep onderhoudt de tuin, die officieel onderdeel is van Landschapstuinen Noord-Holland, tijdens wekelijkse bijeenkomsten op maandagmorgen.

Mensen die geen moestuin willen, kunnen wel lid worden van de heemtuin.

Langs en in de sloot

De Kromme Sloot geeft veel aandacht aan oeverbegroeiing. Planten zoals heen en riet zorgen voor schoon water en geven beschutting aan amfibieen, (waaronder de beschermde rugstreeppad) en insecten .

In de sloot is veel te zien, vooral als de alg en het kroos even verdwijnt: gesteelde zannichella, waterpest, schedefontijnkruid, hoornblad en zelfs  kranswier  komen voor in de tussensloten voor en in de vijver. 
In veel slootjes bloeit in de nazomer  het Snoekkruid. 
Met helder water zijn ook  de waterinsecten goed te zien: zoals duikerwantsen, bootmannetjes  spinnende waterkevers en  schaatsenrijders .

 

Vleermuizen

Rond de kromme Sloot zitten vier soorten vleermuizen: de laatvlieger, de ruige vleermuis,  kleine dwergvleermuis en de watervleermuis

Natuur

Door de houtwallen en windsingels op het complex voelen wezels, een enkele vos en hazen zich thuis. Zij delen de ruimte met putters, winterkoninkjes, paapjes en kwikstaarten. Een bijzonder vermelding verdient de koekoek, die een vaste bewoner is van de bomen rond het complex. Vele vogels broeden op ons complex, zoals winterkoninkjes, roodborstjes, heggemus, ringmus, kool en pimpelmezen, eksters en de grote bonte specht. In de omliggende weilanden leven weidevogels als de grutto en de kieviet, die in het voorjaar de stilte doorbreken met hun kreten. De lepelaar, verschillende soorten ganzen , de kiekendief en een enkele tapuit zijn eveneens vaak geziene gasten.

Het stuk dijk langs het water van de Kromme Sloot met de Quessant-schaapjes hoort ook bij het complex.